Samen werken aan het hart van de kerk

 

I. Inleiding

  1. Om samen kerk of gemeente van Christus te zijn en hieraan te bouwen zijn voldoende saamhorigheid en samenwerking nodig. Saamhorigheid heeft te maken met goede onderlinge relaties, terwijl samenwerking gaat over de gemeenschappelijke inhoud, doelstelling en uitvoering van het kerkelijk beleid. Saamhorigheid en samenwerking vormen als het ware twee sterke riemen, waarmee we het schip van de kerk kunnen laten varen en op koers houden. Wanneer er echter aan deze riemen teveel gaat mankeren of wanneer we ze niet goed kunnen hanteren, raakt het kerkschip uit de koers en komt het niet goed terecht.

Voldoende saamhorigheid en samenwerking zijn nodig tussen de gemeenteleden in het algemeen, maar tussen de leden van de kerkenraad in het bijzonder vanwege hun leidinggevende taak. Vanwege hun centrale en vaak langdurige positie en functie behoren vooral predikanten en kerkelijk werkers aan het nodige leerproces een belangrijke bijdrage te leveren.

  1. Vanwege jarenlange contacten en bezigheden op het terrein van gemeenteopbouw is me duidelijk geworden ontdekt, dat zowel saamhorigheid als samenwerking vaak onvoldoende zijn ontwikkeld. Bovendien bestaat er meestal geen gemeenschappelijke visie om deze twee wezenlijke kenmerken van het kerkelijk leven en beleid op elkaar af te stemmen en zo nodig te verbeteren.
  2. Voor de ontwikkeling van zo’n visie is het nodig samen te leren werken aan het hart van de kerk. Vanwege hun positie en functie in het kerkelijk leven en beleid, is het van vitaal belang, dat predikanten en kerkelijk werkers aan dit leerproces leiding geven. Wanneer ze hiervoor onvoldoende inzicht hebben, is bijscholing nodig. Die is mogelijk via de basistraining Bouwen aan de kern van de kerk, de relatietraining Vruchtbaar omgaan met verschillen en geschillen en de missionaire training De missie van de kerk in een postchristelijke samenleving, n.a.v. het boek van Stefan Paas Vreemdelingen en priesters. Hierover is meer informatie te vinden via www.levenuitdebron.nu.
  3. Over de inhoud van dit leerproces gaat het in deel II.

 

 II. Inhoud

 

 

Ter verduidelijking een aantal opmerkingen over de kernwoorden van de titel.

 1. Kerk

Het woord kerk is afkomstig van het Griekse woord kuriakè, dat betekent: wat van de Heer is of bij de Heer hoort. Hierop is de oudste belijdenis gebaseerd: Jezus is Heer. Dat wil zeggen: in de kerk heeft Hij het voor het zeggen. En kerkléden zijn zij, die bij deze Heer willen horen en hun leven willen afstemmen op Zijn bedoeling. Al van oudsher geldt de regel: ‘Waar Christus is, daar is de kerk’. Deze keus betekent geen scheiding tussen Vader en Zoon, omdat ze in wezen één zijn (Johannes 10:30) en de leerlingen volgens de eerste drie evangelieschrijvers als boodschap van Hogerhand te horen krijgen: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’ (o.a. Marcus 9:7).

2. Het hart van de kerk

Het hart van de kerk past bij het beeld van de kerk als lichaam van Christus, waarvan Hij het hoofd is en Zijn volgelingen de ledematen.

Het hart of de kern van de kerk is te definiëren als een drievoudige relatie:

– hart voor de Heer,

– hart voor elkaar als Zijn leerlingen,

– hart voor Zijn bevrijdend werk in de wereld.

Deze kern vormt het DNA ofwel het wezenlijke kenmerk van het christelijk en kerkelijk leven. Dit kenmerk wordt zichtbaar in de bereidheid de Heer te leren vinden, volgen en vertegenwoordigen. Deze bereidheid geldt niet alleen voor het geheel, maar ook voor de onderdelen, zoals diaconaat, pastoraat, liturgie, jeugdwerk, toerusting en missionair werk.

De drie onderdelen of dimensies van de kerk zijn wel te ónderscheiden, maar mogen niet worden géscheiden. Dat betekent, dat: alle drie onderdelen van dit hart nodig en onmisbaar zijn. Deze definitie is te verduidelijken via het beeld van het biologisch hart. Wanneer een hart gezond functioneert, heeft dat een gunstige invloed op het lichaam als geheel en dus ook op alle afzonderlijke ledematen. Wanneer het hart zwak of ziek is, heeft dat uiteraard een ongunstige invloed.

Welnu, het hart of de kern van de kerk functioneert volgens mijn waarneming vaak zwak en is in een aantal gevallen zelfs ziek. Hiermee hangt wellicht samen het jaarlijks krimpen van de Nederlandse kerken met ongeveer 100.000 leden, de omvangrijke randkerkelijkheid, het gebrek aan eenheid/eensgezindheid, de geringe aantrekkingskracht op buitenstaanders en de onduidelijkheid over identiteit en doel.

Deze zwakte of ziekte kan 1, 2 of alle 3 de aspecten van het kerkelijk hart betreffen, maar wanneer één van drieën niet gezond functioneert, worden ook de overige twee nadelig beïnvloed:

– wanneer in een gemeente of bij een individueel gemeentelid het hart voor de Heer hapert, heeft dat ook een nadelige invloed op het hart voor elkaar als Zijn leerlingen en bij Zijn bevrijdingswerk in de wereld.

– wanneer in een gemeente het hart voor elkaar als leerlingen van de Heer hapert, bijvoorbeeld vanwege verstoorde verhoudingen, heeft dit ook een nadelige invloed op het hart voor de Heer en voor Zijn missie in de wereld.

– wanneer in een gemeente het hart voor het bevrijdend werk van de Heer in de wereld onder de maat is, beschadigt dat ook de twee andere onderdelen van de kern.

 3. Werken aan het hart van de kerk

Wanneer ons lichamelijk hart goed functioneert, is het nodig er zo gezond mogelijk mee om te gaan. Wanneer het niet goed functioneert is het nodig een dokter te raadplegen en zijn aanwijzingen op te volgen. Wat het hart van de kerk of van ons persoonlijk als christenen betreft, is het voor het gezond worden en gezond houden van ons hart nodig te luisteren naar de aanwijzingen van onze Heer, die tegelijk onze genéésheer of dokter is. Dat betekent, dat het voor een zo gezond mogelijk functioneren van het christelijk en kerkelijk leven van vitaal belang is ons door Zijn Geest te laten leiden. Hiertoe werden ook de zeven gemeenten in Openbaringen 2 en 3 aangespoord: ‘Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.’

Deze opdracht vertoont een opvallende overeenkomst met de aanwijzing van Jezus aan het slot van de gelijkenis over het zaad, die een sleutelrol vervult voor het verstaan van de overige gelijkenissen (Marcus 4:13). Nadat Jezus heeft verteld, dat in drie van de vier voorbeelden het zaad van het Evangelie niet in goede aarde valt, luidt Zijn conclusie: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren (o.a. Marcus 4:9). Dit houdt in het welwillend beluisteren en beantwoorden van het Evangelie ofwel van Gods beloften en opdrachten. Daarom is zowel in de titel van mijn boeken als van de trainingen het woord Bron met een hoofdletter geschreven!

Het ter harte nemen van het Evangelie is nodig voor alle gemeenteleden, maar voor leden van de kerkenraad en van werkgroepen is dat vanwege hun leidinggevende taak des te meer nodig.

Werken aan het hart van de kerk bestaat dus niet allereerst in het bezig zijn met allerlei organisatorische zaken, maar in het voortdurend onder leiding van de Heilige Geest be-hart-igen van de drievoudige kern. Hiervan zijn inhoud en doel, dat we in het licht van Gods grote liefde voor de wereld, Hem gaan liefhebben met ons hele leven en de naaste als onszelf.

 4. Sámen werken aan het hart van de kerk

Evenals een biologisch lichaam pas gezond en wel kan leven, groeien en functioneren, wanneer alle ledematen goed op elkaar zijn afgestemd en samen werken, is dat ook nodig voor de kérk als lichaam van Christus. In dit kader hoort sámen werken aan het hart van de kerk dan ook niet alleen de hoogste prioriteit te hebben op de agenda van de kerkenraad als leidinggevend orgaan, maar ook van allerlei werkgroepen. Het is overigens eveneens de roeping van alle ‘gewone’ gemeenteleden.

Voor deze samenwerking zijn de volgende doelgroepen te onderscheiden:

  1. Predikanten en kerkelijk werkers vanwege hun taak voor G/geestelijke begeleiding en opbouw van de gemeente,
  2. Kerkenraden en dergelijke beleidsorganen vanwege hun verantwoordelijkheid voor het kerkelijk beleid en de toerusting van gemeenteleden,
  3. Werk- en taakgroepen vanwege hun specifieke bijdrage aan onderdelen van het kerkelijk leven,
  4. Gemeenteleden, omdat zij het draagvlak van de kerk vormen en primair verantwoordelijk zijn voor het doorgeven van het Evangelie aan de volgende generatie en aan buitenstaanders.

Alleen door samen te gaan én te blijven werken aan het drievoudig hart van de kerk, zullen zowel de noodzakelijke saamhorigheid als samenwerking worden bevorderd, zodat de kerk zo vitaal mogelijk kan leven en functioneren. Dat vraagt geloof en gebed, aandacht, inzet en tijd, maar dán levert dit leerproces veel goeds op.

In dit verband kunnen ook de charismata ofwel de gaven van de Geest, zoals met name beschreven in 1Korintiërs 12-14, voor een evenwichtige en solide opbouw van de gemeente worden ontdekt en ingezet. Hierdoor kan ze aantrekkelijk worden zowel voor binnen- als buitenstaanders.

5. Van ABC naar CBA

De methode om de visie te leren verwerken in beleid en bezigheden kan worden getypeerd met de letters A, B en C. Het gaat om de A van Activiteiten, de B van Bezinning en de C van Communicatie ofwel het gaat om het goed leren gebruiken van handen, hoofd en hart. Meestal wordt het grootste deel van de kerkelijke aandacht en energie besteed aan allerlei activiteiten, veel minder aan bezinning en nog minder aan communicatie of persoonlijke ontmoetingen. Deze verdeling is uit te beelden via de kleiner wordende letters A B en C Hierdoor lopen kerkenraden en werkgroepen het risico zowel de omgang met God en met elkaar te verwaarlozen en te verzakelijken. Daarom is het vruchtbaarder te kiezen voor de omgekeerde volgorde en dus voor CBA, waarin een goed evenwicht bestaat tussen communicatie, bezinning en activiteiten. Gemeenteopbouw volgens deze methode begint met het via geloofsgesprekken samen beluisteren en beantwoorden van een passend bijbelgedeelte en met ruimte voor het uitwisselen van persoonlijk wel en wee. Ook samen danken en/of bidden, met name om de vervulling en leiding van de Geest is een essentieel C-onderdeel. Hierdoor wordt zowel de relatie van de deelnemers met God gevoed en verrijkt als ook die met elkaar. Deze hartversterkingen verstevigen de onderlinge verhoudingen, bevorderen een vruchtbare bezinning en leiden tot hierop aansluitende activiteiten. Het behartigen van de C-factor is te vergelijken met voldoende goede olie in de motor: hij loopt soepeler, functioneert beter en slijt minder.

Bezinning of de B-factor doet een beroep op ons verstand. Dit is nodig om de aanwijzingen van het Evangelie te vertalen in beleid. Hierbij gaat het om het beantwoorden van vragen, zoals: wat zijn de conclusies en consequenties voor bijv. liturgie, pastoraat, diaconaat, vacatures, oecumene, missionair werk, financieel beheer? Hoe ontvangen we de vruchten en gaven van de Geest? Welke prioriteiten zijn er nodig? Wat zijn de mogelijkheden, beperkingen en weerstanden?

Tenslotte worden als resultaat van een goede communicatie en bezinning bijpassende activiteiten of bouwstenen ontwikkeld om het beleid te concretiseren. In deze A-factor worden de handen uit de mouwen gestoken om de drievoudige kern in stand te houden en te versterken.

Evenals de drie onderdelen van de kern horen ook de drie onderdelen van de CBA-methode bij elkaar, omdat ze elkaar nodig hebben en pas in onderlinge samenhang goed functioneren.

De concretisering van het zo samen werken aan het hart voor de kerk is stap voor stap beschreven in mijn boeken Leven uit de Bron* en in het vervolg Groeien bij de Bron**. Het resultaat en de evaluatie zijn te vinden in mijn memoires, annex geestelijk testament Gaandeweg verder, via leven uit de Bron***.

De samenhang tussen inhoud en methode van gemeenteopbouw via geloofsopbouw wordt uitgebeeld in onderstaande ellips.

 

6. Geen wondermiddel, maar groeikans

Hiermee wordt bedoeld, dat instemmen met de drievoudige kern als het wezenlijke kenmerk van de kerk en met de CBA-methode niet werkt als een wondermiddel, dat automatisch en snel resultaat oplevert. Er bestaat alleen kans op resultaat of groei, wanneer voorganger(s), kerkenraden, werkgroepen en gemeenteleden samen de kern via de CBA-methode gaan én blijven beoefenen. Dit leerproces wordt weliswaar bemoeilijkt door kwaadaardige machten en door onze eigen gebreken, maar desondanks komen we verder, wanneer we de aanwijzingen van de Heer te harte nemen en ons laten inspireren door Zijn Geest. Deze keus vraagt om geloof en gebed, aandacht, tijd en inzet. Hierdoor bieden inhoud en methode van dit opbouwproces een effectief vaccin tegen het gevaarlijke virus van de secularisatie ofwel de vervreemding van God en de geloofsgemeenschap. Zo ontstaat een aantrekkelijke gemeente zowel voor binnen- als buitenstaanders. Dat geldt met name voor jongeren, die zich vooral aangesproken voelen door bezielde en oprechte christenen

Moge zo steeds opnieuw worden ontdekt, dat leven uit en bij de Bron een bron van Leven schenkt.

 7. Mission statement of stemvork

Voor het ontwikkelen van dit opbouwproces is een kernachtig mission statement belangrijk. Het is te vergelijken met een stemvork, waarmee de verschillende stemmen van een koor of instrumenten van een orkest op de grondtoon worden afgestemd. Evenzo bedoelt een mission statement het kerkelijk leven en beleid af te stemmen op de grondtoon van het Evangelie.

Deze grondtoon is te horen in het volgende mission statement:

 

In het licht van Gods grote liefde willen we als volgelingen van Jezus Christus, de voor het redden van mensen gekruisigde en opgestane Heer, onder leiding van de Heilige Geest leren God lief te hebben met heel ons leven en de naaste als onszelf.

Om dit christelijk leven tot ontwikkeling te laten komen zijn we bereid ons, persoonlijk en samen, te oefenen in:

– hart voor de Heer,

– hart voor elkaar als zijn volgelingen,

– hart voor zijn bevrijdend werk in de wereld.

 

Hiermee kan worden gebouwd aan een kerkelijk leven en beleid, waar ‘muziek’ in zit!

 

* Leven uit de Bron, via geloofsopbouw naar gemeenteopbouw, 8e opnieuw bijgewerkte druk, VBK-media/Kok, Utrecht.

** Groeien bij de Bron, kansen voor het christelijk en kerkelijk leven, VBK-media/Kok, Utrecht. 2e bewerkte en aangevulde druk, VBK-media/Kok, Utrecht.

Meer informatie via www.levenuitdebron.nu

*** Gaandeweg verder, via leven uit de Bron, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 2017.

 

Ds. Marius Noorloos, bijgewerkt september 2017

docent/consulent geloofs- en gemeenteopbouw,

Pallietergaarde 123, 7329 HA Apeldoorn,

tel. 055-5430284. e-mail: mariusnoorloos@kpnplanet.nl