Missionaire geloofs- en gemeenteopbouw in Chinees perspectief

Lezing voor Symposium “Leven bij de Bron”,

Nijkerk, 25 maart 2014 Dr. Bas Plaisier

Inleiding

Hoe zinnig is het om naar Chinese christenen te kijken om wat te leren voor ons eigen kerk- en christen zijn?

Ik heb het gevoel dat veel mensen denken dat je er weinig aan hebt. Het valt me op hoe weinig belangstelling er is voor verhalen over “zending overzee”, en zeker ook over China. We zijn in Nederland vooral bezig met onszelf en hebben het idee dat wat wij meemaken en hoe wij het doen, ongeveer de internationale standaard moet zijn.  Het lijkt wel of deze ‘opgeslotenheid-in-onszelf’ de afgelopen decennia alleen maar sterker is geworden.  Nationalisme, provincialisme en een wantrouwige blik naar Europa en de wereld, is niet alleen een kenmerk van de PVV, maar ook van heel veel Nederlanders en kerkgangers.  Er is wat dat aangaat veel verschoven in onze kerken.

Daarom heb ik een behoorlijk ingewikkelde opdracht gekregen om vandaag de Chinese kerken en christenen de spiegel te laten zijn om onszelf en onze manier van kerk- en christen-zijn daarin in te spiegelen.

Ik waardeer het zeer dat jullie dit aandurven.

Laten we niet te nonchalant reageren op het gebrek aan enthousiasme van Nederlandse christenen om mensen in Azië te zien als een voorbeeld voor ons.  De belangrijkste Aziaat in het christendom – de Here Jezus zelf – wordt nog steeds niet geaccepteerd door veel Europeanen. Wat Hij te vertellen heeft, wordt vaak als achterhaald of achterlijk afgeschilderd.

En daarbij: tussen ons en de Chinese christenen is er een behoorlijke drempel: aan de ene kant christenen die pas een of twee decennia christen zijn, en aan de andere kant wij, die inmiddels al in een post christelijke samenleving leven en met enige gêne terugkijken naar bijna 2000 jaar christendom en zo’n 1200 jaar kerkelijke leven in Nederland. Dat verschil poets je niet zomaar weg – er is tot op zekere hoogte een fundamenteel verschil vanwege onze verschillende geschiedenis, cultuur, filosofie en religieuze achtergrond.

Toch geloof ik in deze ‘exercitie’. Daarvoor heb ik twee belangrijke argumenten.

Allereerst  zijn we als christenen geen ‘zonderlingen’–  dat wil zeggen mensen die afgesloten zijn van de anderen.  We behoren tot een wereldwijde familie waarover Paulus niet uitgesproken raakt met beelden als ‘het ene lichaam van Christus’, het met elkaar ‘in Christus’ zijn, de ‘communicerende vaten’ van christelijke bijstand (2 Kor 8:13-15) of ‘het gemeenschappelijke huis waarin we allen stenen zijn’.

Gegrepen zijn door de woorden en door het werk van Christus, betekent dat je vernieuwd en gedoopt wordt van een in zichzelf gekeerd leven, tot een leven in Hem dat vervolgens vorm krijgt in het ‘totus Christus’- de gehele Christus, die niet gezien en gelooft kan worden zonder zijn kinderen.   Dat wil zeggen dat we Christus pas echt leren kennen als we zijn lichaam – zijn kerk en navolgers – hierbij betrekken. We doen Hem en ons tekort als we geen aandacht hebben voor onze broeders en zusters dichtbij en veraf. Wat er in de naburige kerk gebeurt en wat christenen in China laten zien – laat iets zien van het werk van Christus in de wereld en heeft daarom ons al iets te zeggen. Wat de Geest ver weg doet, laat ons zien dat onze eigen werkelijkheid niet afgesloten is naar God, dat niets onmogelijk is en dat we kunnen blijven geloven in zijn beloften.

Ten tweede hebben we de anderen nodig om onszelf beter te leren verstaan en bijvoorbeeld onze blinde vlekken, afkeer en afweer, maar ook onze eigen zwakte te leren zien. We hebben spiegels nodig om te zien wie en wat we zijn. Zo ontdekken we ook waar we anderen nodig hebben om dieper gefundeerd te raken in het Woord en verbonden te zijn met Christus zelf. Wat we zelf te kort hebben, kunnen we ontvangen van de andere delen uit het lichaam. Het is het principe van het communicerend vat – dat wat we teveel hebben kunnen we delen met de ander. Maar anderzijds ontvangen we op hetzelfde moment van de ander wat we tekort komen (2 Kor 8: 14). Dat is het evenwicht zoals Paulus dat ziet in de verschillende delen van de kerk van Christus.

Daarom heeft het zin om naar Aziatische christenen te kijken en iets te verwachten voor onze eigen werkelijkheid en roeping. We zijn namelijk zo vertrouwd met onze manier van christen- en kerkzijn, dat we daarvan maar moeilijk los kunnen komen en geblokkeerd zijn geraakt.

En misschien nog wel belangrijker: we hebben een wijze van christen-zijn ontwikkeld met een manier van getuigen (of niet-getuigen) of van gestileerd (of ongestileerd) christelijk leven / spiritualiteit, dat we niet meer anders weten en… willen.  Dat verklaart ook de innerlijke weerstand om ons door andere christenen te laten gezeggen of om bijvoorbeeld met migranten christenen samen te werken. We kunnen maar moeilijk loskomen van onze ingesleten vooroordelen en de ideeën van superioriteit of gefixeerd-zijn op wat we hebben meegekregen uit onze traditie. We zijn erin gaan ademen, het bepaalt ons oordeelsvermogen en we zijn onze kerken en denominaties ermee gaan bouwen.

Het is zo ongeveer in onze geestelijk en kerkelijk DNA terechtgekomen.  Daarom voelen we bijna een natuurlijke weerstand om al te uitbundig God te loven, al te overdreven onze gevoelens te uiten, al te losjes onze kerken te structureren, etc. etc.

Vanmorgen is onze exercitie daarom niet alleen maar om over de rekstok van onze Westers Protestantse superioriteit heen te swingen, maar ook om in staat te zijn onze innerlijke configuratie te veranderen door de ontmoeting met de ander.

Context van de Chinese kerken

De ontwikkeling van het christendom in China is dermate bijzonder dat je mag spreken van de grootste gebeurtenis in het wereldchristendom in de afgelopen decennia. Waren er rond 1980 in China naar schatting nog een miljoen christenen over, dat zijn er nu (35 jaar later) misschien wel 80 tot 100 miljoen!

Zo’n 75% van de huidige christenen in China trad na 1992 toe tot de kerken. In de afgelopen jaren was de jaarlijkse groei van het aantal dopelingen rond 9% terwijl de bevolking met niet meer dan 0,3 toenam.

In het begin was de aanwas vooral in plattelandsgebieden, tegenwoordig wordt het christendom meer en meer ook een stedelijke aangelegenheid, met veel jonge mensen, academici, leiders van bedrijven, maar ook fabrieksarbeiders en middenstanders – en dat in een steeds meer ontwikkelende samenleving. De kerk is niet meer de plek voor ‘oudere vrouwtjes’, de armen en niet-invloedrijken. Veel overheidsambtenaren zijn openlijk of in het verborgen christen.

Velen zien een belangrijke rol voor het christendom, met zijn normen en waarden, bevrijding van het egoïsme en aandacht en zorg voor de mensen. Met andere woorden: het christendom – en in het bijzonder het protestantisme – is voor veel Chinezen het toppunt van moderniteit! Juist daardoor groeien de kerken op het vasteland van het gecontroleerde ‘communistisch’ China, meer dan in het vrije Hong Kong.

Dat wil niet zeggen dat het christendom in deze decennia voor het eerst in China kwam. De eerste zendelingen uit Syrië bereikten de Chinezen eerder dan de monnik-zendelingen de inwoners van de lage landen. Maar de verschillende golven van christelijke zending liepen op een of andere manier allemaal dood: de nestoriaanse Syriërs in de 8e eeuw; de Jezuïeten in de 17e eeuw; de protestanten na de communistische overname rond 1950. Elke keer leek het erop dat al het opbouwwerk tevergeefs was geweest. Tenslotte werden alle buitenlandse zendelingen gedwongen het land te verlaten en gingen de Chinese christenen ondergronds. In Amerika en Europa werd in die tijd openlijk gesproken over het einde van het christendom. Maar opeens – na een politieke verandering – sprong de woestijn open en kwam er door een beetje dauw een bloementuin tevoorschijn. Toen we in het Westen dachten dat de kerk verdwenen was omdat er geen buitenlandse zendelingen meer waren en de communistisch atheïstische ideologie gewonnen had, werd de solide basis gelegd voor een ongekende groei. Alsof de Geest gezegd had: “Laat het nu maar aan mij over.”

Hoe dan ook: op dit moment zijn er tussen de 25 en 30 miljoen leden van de officiële Chinese kerk (de CCC of de Drie Zelf Kerk), tussen de 50 en 60 miljoen leden van de niet-officiële (huis)kerken en ongeveer 15 miljoen Rooms Katholieken.  Daarmee heeft het christendom in China vooral een protestantse kleur. Hun wijze van kerkzijn is zeer vergelijkbaar met het onze. Het grote verschil is echter de totaal andere culturele en godsdienstige achtergrond en de sterke overheidscontrole en invloed. Maar juist dat laatste heeft de grote groei niet verhinderd.

Groei en Opbouw vanuit Chinees perspectief

Waarom groeien de kerken in China zo stormachtig en wat zegt dit ons?

De Chinezen zullen op de vraag over de oorzaak van de groei in het algemeen als antwoord geven: ‘door het werk van de Geest’ en ook ‘door het volhardende gebed’. We komen daarop nog terug.

Maar eerst zoeken we naar oorzaken die sociologisch te geven zijn.

  1. De sterke missionaire drive van de Chinese christenen

Al spoedig nadat de kerken na de Culture Revolutie weer bovengronds mochten komen, begon er – wat later genoemd werd –  ‘een christelijke koorts’  onder de christenen. De christenen deden niets liever dan met de mensen om hen heen – hun familie (vaak ook de echtgenoot), vrienden en collega’s – te delen wat zij in Christus hadden gevonden. Waarom? Omdat hun leven veel meer zin had gekregen: zij hadden het geluk gevonden, er was zekerheid over de (eeuwige) toekomst, hun zonden waren vergeven en ze waren vervuld van vreugde. Hun levensstijl was anders: ze konden anderen vergeven (zelfs hun vroegere kwelgeesten), ze leefden een leven waarin kernwaarden waren: ‘liefde’, ‘zorg’, ‘eerlijkheid’, ‘trouw’ in relaties, seksuele zuiverheid en mededeelzaamheid.  Dat maakte diepe indruk omdat het zo anders was.

Daarbij waren er veel christenen die zo begeesterd waren, dat ze het evangelie wilden delen met al hun medeburgers. Velen – en vooral jongeren – trokken erop uit en gingen naar gebieden in China waar geen christenen waren en stichtten daar kerken. Ze konden niet zwijgen. Vanaf het begin van de jaren 80 tot nu toe zijn er veel Chinezen die het evangelie uitdragen en zich veel moeite en leed getroosten om dit te doen. Ze hebben eigenlijk geen buitenlandse zendelingen meer nodig: Chinezen brengen Chinezen het evangelie.

Als je met een Chinese christen praat zal deze ‘missionaire gedrevenheid’ je altijd weer opvallen. Hun belangrijkste gespreksthema en gebedsonderwerp is dat er nog zoveel familieleden, vrienden en collega’s zijn die Christus niet kennen. Dat doet hen pijn en kunnen ze moeilijk verdragen. Allerlei voorbeelden zou ik hiervan kunnen geven. Het verbaast ons elke keer weer.  Het doet ons denken aan de eerste apostelen en evangelisten die erop uit trokken en die hun leven over hadden voor de zaak van het evangelie.

Gedrevenheid – een vuur dat nooit dooft… Zo zien we dat in het algemeen niet zo in onze gemeentes. Er kunnen hiervoor allerlei redenen aangedragen worden. Ik laat het hier bij deze constatering.  Een ding is voor mij wel duidelijk: zo’n gedrevenheid praat je mensen niet aan of wek je niet op door projecten en acties.  Het komt over je als je door het vuur van de Geest wordt aangestoken. Of ook wel: als je ogen geopend worden voor dat waar het werkelijk op aan komt in het leven. Voor een Chinese christen is dat geen vraag.

Deze gedrevenheid kun je niet importeren uit China – je hebt die of je hebt die niet. Je bent erdoor aangestoken of niet. Maar is er genoeg vuur bij ons?

  1. Waarom stromen de Chinezen naar de kerk? O.a. ook omdat zij de ervaring hebben van een levensveranderende aanwezigheid van Christus. Er is iets existentieel in hun leven bijgekomen – veranderd.

Ze ontvingen nieuwe hoop en ervoeren de vreugde van het geloof in Jezus die voor hen de toekomst opent.  Hun doop beleven ze als het bewust achter je laten van het vroegere leven en het opstaan in een nieuwe wijze van bestaan.  De Bijbelse boodschap is nieuw voor hen en veranderde hun leven door de inhoud die hen diep raakte. Dat is het aansprekende voor veel mensen.  Als je Christus volgt, kun je met andere ogen naar je leven kijken en krijg je toekomst, hoop.

Ook dit doet sterk denken aan wat we in het NT over de eerste christenen lezen. Het evangelie is geen achterhaald verhaal, maar staat voor nieuwe levensvulling en levensvreugde, voor bevrijding in een brede zin en daarom ook voor een nieuwe toekomst. Het is kortom voor hen een exciting message.

Dat is een verschil met hoe er in Nederland over het christelijk geloof wordt gesproken: het is niet alleen ouderwets, maar ook achterhaald en vaak controversieel.

Dat heeft met onze lange geschiedenis van het christendom en kerk te maken, maar ook met onze onmacht om woorden te vinden die er in onze cultuur toe doen en nieuw perspectief geven door ze uit hun geestelijk afgesloten wereldje te halen.  Uiteraard is het belangrijkste daarbij: gelooft de boodschapper er zelf in? Is hij/zij zelf een voorbeeld van wat hij/zij zegt over het vernieuwende en verschilmakende van de boodschap van de Bijbel? De Chinezen krijgen over die communicatieve vraag nauwelijks scholing – maar ze hebben het ook niet nodig: ze ervaren het en brengen het vanzelf in de praktijk.

Waar ligt de barrière in onze cultuur en in onszelf, dat we hier al beginnen te stotteren en niet zo geraakt worden?  Over die vraag moeten we het hebben – en een cursus als “Leven bij de Bron” kan ons daarbij helpen.

  1. We hadden het er al over: christenen laten een nieuwe levensstijl zien – een sterke betrokkenheid op de noden van de mensen en een vanzelfsprekende zorg voor hen die in de knel zijn gekomen.

En waarom?  We hebben het hen vaak gevraagd. En altijd weer was het antwoord: “vanwege de liefde van Jezus – omdat hij ons heeft liefgehad, kunnen we niet anders dan mensen liefhebben”.  Ook hier dus weer: niet een methodetje, maar vanuit het hart en vanuit het hart van de zaak!

Christenen vallen in bepaalde gebieden op omdat ze niet ophouden om na bv. natuurrampen de slachtoffers te blijven bezoeken, ook al zijn de reguliere hulpverleners al weer naar huis gegaan. Liefde!

Als je een Chinese kerk binnenkomt, valt het op dat boven het altaar/podium altijd een bepaalde spreuk staat. Een spreuk die hun geloof kenmerkt: “liefde”, of: “Immanuël-God met ons” of “het woord van God is een licht en leidraad voor het leven”.

Dit leven uit de nabijheid en verandering die God in hen gerealiseerd heeft, maakt grote indruk op de mensen. Deze levensstijl van vergeven en liefhebben staat vaak haaks op wat de Chinezen traditioneel benadrukken. Daarin draait het namelijk vaak om de familie en de mensen die hen traditioneel zeer na staan. De liefde die christenen prediken en in praktijk brengen, doorbreekt het oude leefpatroon en de levensstijl van de gemiddelde Chinees.

Tegenwoordig hebben heel veel kerken allerlei sociale projecten om mensen aan de rand van de samenleving bij te staan, vaak op het gebied van onderwijs, sociale en medische zorg, maar ook gemeenschapsontwikkeling.  En juist die gerichtheid op de ander, het spreken door hun leven en ‘nabij-zijn’, is vaak de belangrijkste boodschap!

We zien in China veel projecten die ons zeker niet vreemd overkomen. In de 19e eeuw hebben kerken en christenen veel van dit werk doormiddel van allerlei christelijke instituten ter hand genomen.  Maar ook in de eeuwen daarvoor was het te zien door bijvoorbeeld hulp aan wezen en weduwen, hulpverlening bij begraven en verzorgen van zieken in hospitalen, etc.  De christelijke presentie was concreet – vaak deden christenen in Europa wat de overheid liet liggen.

In de vorige eeuw is er in ons land veel door de overheid overgenomen. Daarnaast zijn er ook veel christelijke instituten ‘veralgemeniseerd’. Andere organisaties zitten in hun maag met hun identiteit omdat die naar hun idee belemmerend en afsluitend werkt. Het heeft naar mijn inzicht vooral met verlegenheid over het persoonlijk geloof of een christelijke vormgeving te maken…

Hoe dan ook: als woorden niet samengaan met daden (van individuele christenen of christelijke instituties), dan breekt alles bij de handen af. Ook hier geldt: terug naar de kern – de liefde van Christus en de gedrevenheid om die in daden om te zetten.

  1. Het geloof in de aanwezigheid van Christus en de kracht van de Geest.

Een bijzonder onderzoek van de gouvernementele Chinese Academy of Social Science van de Peking University deed rond 2010 onderzoek naar de beweegredenen van hen die in het gelopen decennium christen waren geworden.

De CASS kwam tot de ontdekking dat 69% van hen tot geloof waren gekomen door enige vorm van “healing”. Dat wil zeggen dat ze veranderd zijn door óf genezing op gebed, óf troost en kracht die ervaren werd bij ziekte en dood. Het kan ook zijn dat een geestelijk in het ‘reine’ komen met een ziekte of sterfgeval hen tot geloof in Christus bracht. Al met al gaat het om een duidelijke manifestatie van de kracht van God (Jezus of de Geest). Hierdoor worden ze overtuigd van de aanwezige kracht en presentie van Jezus Christus.

Volgens dit onderzoek is dit een zeer essentiële ervaring voor verreweg de meeste nieuwe christenen in China (en niet alleen daar). Juist in een cultuur die soms geobsedeerd is door gezondheid en ziektebestrijding is dit zeer belangrijk. Maar nog belangrijker: deze mensen hebben een zeer sterke en existentiële ervaring gehad van de aanwezigheid van God en de verandering die dit brengt in hun leven.

Ook hiermee raken we iets waarmee wij vaak in de maag zitten. “Genezing” heeft bij ons geen hoge papieren. Bij voorbaat gaan we er in de (traditionele) kerken vanuit dat dit alleen maar sporadisch gebeurt, of niet kan of rust op bedrog of inbeelding. Maar intussen ervaren miljoenen broeders en zusters van ons op het zuidelijk halfrond en in Azië deze sterke presentie van Gods kracht.  Wat zegt dat en hoe komen wij hiermee in het reine?  Ik zeg dit bewust op deze wijze, omdat we altijd de neiging hebben om de vraag omgekeerd aan deze (vaak jonge) christenen voor te leggen. Beter is de vraag te stellen: waarom hebben wij dit probleem?

  1. De protestantse kerk biedt een nieuwe gemeenschap waarin iedereen een gewaardeerde plek heeft en waarin de kerkdiensten en het kerkelijk leven een tamelijk ‘eenvoudige’ en door iedereen te praktiseren plek heeft.

Met andere woorden: de kerk – als huiskerk of als ‘geïnstitutionaliseerde’ kerk – brengt in de zeer traditionele maatschappij en cultuur van de Chinezen, maar ook in de moderne stedelijke samenleving, iets nieuws.  Er is een nieuwe gemeenschap gecreëerd waarin mensen leiding kunnen geven, een belangrijke zorg- of sociale taak krijgen, die dat in de traditionele groepen niet konden. Kortom een christelijke gemeenschap is een vernieuwende kracht in een deel van de samenleving…

Belangrijk is bijvoorbeeld de rol van de vrouwen.  70% van de gemeenteleden is vrouw en speelt een belangrijke rol in de gemeente. Door de vrouwen werden de mannen en familieleden christen, werd sociaal werk opgezet en werd leiding gegeven aan de verbreiding van het evangelie. Zij leiden waar dat vroeger niet mogelijk was.

Daarnaast bleken de protestantse kerkdiensten in de Chinese samenleving zeer gemakkelijk toegankelijk en ook eenvoudig op te zetten.  Centraal staat immers de Bijbel, het eigen geloof, aansprekende liederen, het gebed en een platte organisatie en leiderschapsstructuur die mensen kansen geven.  Een huiskerk is gemakkelijk opgezet en een kerkdienst is niet moeilijk als je de Bijbel kunt lezen, kunt bidden en zingen, en met enthousiasme kunt getuigen van de vernieuwing door Jezus Christus.  Als paddenstoelen kwamen op veel plaatsen de kerken uit de grond.

Dat behoeft bij ons eigenlijk ook niet anders te zijn… In feite hebben ze deze wijze van kerkzijn via de gereformeerd-protestantse traditie geleerd.  Vaak – vooral bij de officiële kerk – is dat nu weer een tamelijk formeel gebeuren, maar anderzijds is het tegelijkertijd ook weer heel vrij in vormen van huisbijeenkomsten, doordeweekse ‘fellowship groepen, of vroege morgengebeden om 5.30 uur elke dag. Zo kunnen deze officiële kerken, maar ook de los gestructureerde huiskerken, veel gemakkelijk inspelen op wat de mensen belangrijk vinden.

Het blijkt dat jongere kerken vaak veel gemakkelijker en ontspannen met bepaalde kerkvormen kunnen omgaan dan wij. We dragen de schat en de ballast van eeuwenlang christendom in een bepaalde vorm, met ons mee. Ik zie echter een tendens in ons land dat bijvoorbeeld de Protestantse Kerk in Nederland veel soepeler omgaat met de kerkordelijk gegeven structuren dan vóór de vereniging van de kerken mogelijk was.  Ik denk dat dit een goede zaak is.

  1. De spiritualiteit van de Chinese christenen verschilt op belangrijke punten van de onze.  Dat heeft iets te maken met ‘de tijd van de eerste liefde’ en het feit dat eerste en tweede generatie christenen anders over hun nieuw ontvangen geloof en hun levende relatie met Christus spreekt dan wij dat doen.

Zij kennen niet de gêne, verlegenheid en sprakeloosheid zoals die bij ons nogal eens te merken is. En dat is niet omdat zij in een gemakkelijker situatie leven dan wij.  China is het land waar het percentage mensen dat aangeeft geen godsdienst te hebben, het grootste is van de gehele wereld. Secularisatie, felle atheïstische propaganda, en agnosticisme zijn elementen die ook daar in de media, de universiteiten en de andere instituties zeer dominant zijn.

Maar de Chinese christenen lijken zich er weinig van aan te trekken. Voor hen overheerst de vreugde, de dankbaarheid en ook de ‘trots’ dat zij gevonden zijn door God; dat Jezus voor hen gekomen is met zijn liefde en verzoening en dat zij een godsdienst gevonden hebben die zij als het antwoord zien op de vragen van de moderne samenleving. En zo hoorden we het nogal eens: “Het is toch het mooiste wat je overkomen is: om Jezus ontmoet te hebben, kracht en bijstand in je geloof te ontvangen en hoop voor de toekomst te hebben?”

Dat klinkt tamelijk ongelooflijk voor ons, maar toch is dit de wereld waarin zij leven en waarin zij met vrijmoedigheid en volharding hun geloof belijden.  Zij trekken zich er weinig van aan wat het algemeen religieuze klimaat is. Dat is overigens tot op zekere hoogte minder fel negatief en krenkend dan dat waar wíj in leven. De Chinezen – ook als ze niet-gelovig zijn – geven plek aan de familiegebruiken die veelal ook religieus gestempeld zijn.

Deze enigszins ‘onbekommerde’, zelfbewuste en vreugdevolle wijze van christen zijn en op- en uitkomen voor je geloof, is bij ons niet zo gemakkelijk te bereiken. Dat heeft ook te maken met het feit dat we het gevoel hebben dat we bij de grote (nu dus a-religieuze) meerderheid moeten behoren en niet te uitzonderlijk en zeker geen kwezel moeten zijn. We worstelen vaak met het idee dat de niet-gelovige Nederlanders zoveel slechte ervaringen met het christelijk geloof opgedaan hebben, dat we maar beter onze mond kunnen houden. Het beeld dat wij van het christelijk geloof en van onszelf als christenen hebben, is soms zo laag en zo weinig aantrekkelijk, dat we er het zwijgen maar toe doen. We willen geen uitzondering zijn en vinden het bijzonder moeilijk om een openlijk belijder te zijn met spot en uitsluiting tot gevolg.

Ik zie om me heen dat migrantenchristenen dat probleem niet zo kennen en met onbekommerdheid over hun geloof in Jezus spreken en over hun gebedsleven vertellen, zoals ik die ook ken vanuit de Chinese context.   Zou het niet raadzaam zijn om meer contact en toenadering te zoeken tot deze christenen die ons over deze drempels heen kunnen helpen en ons te laten gezeggen en helpen door onze deelgenoten in het geloof om over onze schaamte, zwijgzaamheid en onmacht heen te komen?

  1. En last but not least: de Chinese christenen kenmerken zich door een sterke nadruk op wat vanouds de kern van het protestants geestelijk leven is: Bijbel lezen en gebed.

In Chinese kerkdiensten valt het op dat iedereen de Bijbel – al of niet op zijn telefoon of tablet – (mee-)leest. De Bijbel is voor hen de rechtstreekse verbinding met God. Door te lezen en te luisteren naar preken en Bijbelstudies spreekt God hen rechtstreeks aan ten aanzien van de praktische hulp die ze nodig hebben en over hun redding en toekomst door Jezus Christus.  Ik zal de ontmoetingen met oude Chinese christenen nooit vergeten die met ons de Bijbel lazen en met hun vinger de Bijbelteksten aanwezen die hen in de moeilijke tijd van de Culturele Revolutie geholpen hadden. Het lijkt wel alsof voor hen de Bijbel het gereedschap is om bij God te komen. Ze koesteren het Woord van God. En dat is goed te begrijpen: zo waren zij immers die duistere tijd van vervolging en achterstelling doorgekomen.

Om de Bijbel te horen, komen ze graag ’s morgens vroeg op en gaan ze een paar keer door de week naar de kerk voor bijeenkomsten.

Dit is de kern van hun geestelijk leven – de bron van vuur voor hun sterke missionaire gedrevenheid.  Het een kan niet zonder het ander.

Daarbij moet echter nog iets gezegd worden over de kern van hun leven.  Ik heb in de wereld nergens christenen ontmoet die zo hartstochtelijk bidden en zoveel verwachten van het gebed. In het gebed geven ze zich geheel over aan God – persoonlijk, maar vaak ook ‘s zondags na de kerkdienst waarbij zij voor in de kerk neerknielen om te midden van de mensen om hen heen hun persoonlijk gebed tot God te richten.

We kwamen op een seminarie in het noorden van China waar in het theologisch onderwijs het persoonlijk gebed van de studenten vanzelfsprekend is ingebouwd in de theologische studie.  Voor elke twee studenten is er een eigen gebedskamer in het gebouw beschikbaar – en ook voor alle docenten. Zij kunnen zich geen theologisch onderwijs voorstellen zonder gestructureerde opvoeding om te bidden en God te ontmoeten.  Het is een vorm van praxis pietatis die ons stil maakte.  Wat is ons theologisch onderwijs dan vaak steriel en rationalistisch geworden.  Waar worden onze studenten geholpen om te kunnen bidden en tijd voor de ontmoeting met God te reserveren?

Het zou ook wel eens een van de problemen kunnen zijn, dat wij zoveel gebedsschroom hebben opgelopen. En als dat zo is, kan je niet verwachten dat we werkelijk de gemeente kunnen opbouwen, geloven en belijden; in volgen van Jezus en het bereid zijn om de consequenties van ons geloof te dragen…

Een kerk die ontstaan is uit het lijden en de vervolging – zoals we dat bij de Chinezen zien – heeft een totaal ander karakter dan een kerk in Europa, waar we uit een christelijke traditie komen en ons soms geen raad weten hoe we het nu in een post-christelijke samenleving moeten doen.

Mijn vrouw vertelde me van de vrouwen bijbelgroep waar zij lid van is geweest en waarmee ze via WhatsApp nog steeds contact heeft. Het viel haar op hoe praktisch hun bijbellezing is: ze krijgen antwoorden op alle mogelijke praktische problemen. Het wemelt van problemen in hun leven, maar in het gebed ontvangen ze kracht en vaak ook antwoorden.  En samen lezend in de Bijbel voeden ze elkaar op om vol te houden, om te blijven geloven en niet te wanhopen.  Spreken over geloven is voor hen net zo gemakkelijk en vanzelfsprekend als het bespreken waar je de beste koopjes kunt bemachtigen.  Alles loopt door elkaar, omdat geloven midden in het leven staat. Het is de hartslag van alles wat ze doen.  En zo houden ze elkaar via WhatsApp vast door de verhalen te delen, te bemoedigen en woorden uit de Bijbel door te geven. Ontroerend.

In deze christelijke leefwijze loopt de persoonlijke geloofsopbouw vanzelf over in gemeenteopbouw en missionaire dienst.  .

Waarom?  Omdat het leven één en ondeelbaar is en Christus over alles heerst en omdat zijn verlossing alle onderdelen van het leven, van de kerk en de samenleving raaktHet is deze eenheid die we vaak zijn kwijt geraakt.

Leven uit de Bron is dringend nodig…

De Chinese christenen kunnen wegwijzers zijn op die route!